Wetgeving honden op Bonaire
Regels én verantwoordelijkheid
Wie een hond houdt op Bonaire heeft een verantwoordelijkheid voor zijn hond, maar ook voor andere mensen, dieren en de omgeving.Op deze pagina vindt u informatie over de geldende regelgeving voor honden op Bonaire en belangrijke aandachtspunten voor verantwoord hondenbezit.
Al jarenlang betrokken
DogPartner Bonaire zet zich al jarenlang in voor verantwoord hondenbezit en een beter hondenbeleid op Bonaire.
Vanuit onze dagelijkse praktijk met honden zien we waar problemen ontstaan en waar preventie het verschil kan maken. Daarom vragen we al lange tijd aandacht voor onderwerpen zoals:
- Loslopende honden
- Veiligheid en overlast
- Castratie en sterilisatie
- Het voorkomen van ongewenste nestjes
- Voorlichting aan hondeneigenaren
- Verantwoordelijkheid van de eigenaar
- Veilig samenleven van mens en hond
Door de jaren heen hebben we hierover meegedacht, advies gegeven en contact gehad met onder andere het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) en andere betrokken organisaties en instanties.
Voorkomen is beter dan oplossen
Een goed hondenbeleid bestaat voor ons niet alleen uit regels en handhaving. Voorlichting en preventie zijn minstens zo belangrijk.
Castratie en sterilisatie kunnen een rol spelen bij het terugdringen van ongewenste voortplanting en daarmee het aantal honden waarvoor uiteindelijk geen passend thuis beschikbaar is.
Maar ook goede voorlichting is belangrijk. Wie een hond neemt, moet weten wat daarbij komt kijken: van opvoeding en socialisatie tot verzorging, veiligheid en verantwoordelijkheid voor het gedrag van de hond.
Door problemen zoveel mogelijk aan de voorkant te voorkomen, kunnen we werken aan een situatie die beter is voor honden, eigenaren én de samenleving op Bonaire.
Blijven meedenken
Niet iedere ontwikkeling gaat zo snel als we graag zouden zien. Toch blijven we het belangrijk vinden om onze kennis en jarenlange praktijkervaring te delen en aandacht te vragen voor oplossingen die praktisch uitvoerbaar zijn op Bonaire.
Samenwerking tussen hondeneigenaren, dierenorganisaties, professionals en overheid is daarbij belangrijk.
Ons uitgangspunt blijft eenvoudig:
verantwoord hondenbezit begint bij kennis, preventie en verantwoordelijkheid.
Wat zegt de wet?
Als hondenbezitter op Bonaire is het belangrijk om te weten welke regels gelden.
Hieronder vindt u de huidige regelgeving met betrekking tot het houden van honden op Bonaire.
De wettelijke tekst is hieronder weergegeven zoals deze van toepassing is. DogPartner Bonaire vindt het belangrijk dat hondeneigenaren deze regels niet alleen kennen, maar ze ook in de dagelijkse praktijk naleven.
Kennis van de regels helpt problemen voorkomen en draagt bij aan een veilige omgeving voor mens én hond.
EILANDSVERORDENING van 25 juni 1998, no. 2, ter vervanging van de Hondenverordening (A.B. 1961, no. 14)
Geldend van 10-10-2010 t/m heden
EILANDSVERORDENING van 25 juni 1998, no. 2, ter vervanging van de Hondenverordening (A.B. 1961, no. 14)
Artikel 1
Voor de toepassing van deze eilandsverordening wordt verstaan onder:houder van een hond:diegene die een hond, onder welke titel dan ook, in zijn bezit, in zijn feitelijke macht of onder zijn toezicht heeft en die aansprakelijk is voor de kosten voor het in bewaring nemen van de hond;belasting-kenteken:een kenteken als bedoeld in artikel 8 van de Hondenbelastingverordening 1961 (A.B. 1961, no. 13);honden type:honden met overeenkomstige gelijke lichamelijke karakteristieken;gevaarlijke honden type:honden met overeenkomstige gelijke lichamelijke karakteristieken die gefokt zijn op agressief gedrag;gevaarlijke hond:honden die agressief gedrag hebben getoond of honden die geheel of gedeeltelijk zijn opgeleid voor bewakings-, opsporings- of verdedigingswerk;toezicht op honden:het onder zijn hoede hebben van een hond door een persoon op een wijze dat geen overlast, schade of letsel door toedoen van, de hond kan ontstaan;
Artikel 2
Honden, die niet zijn voorzien van een geldig belastingkenteken, worden, indien zij worden aangetroffen op de openbare weg, op een voor ieder toegankelijk terrein of op een door de rechthebbende hiertoe toegankelijk gesteld terrein, gevangen door de politie of door personen die hiertoe door het bestuurscollege zijn aangewezen.
Artikel 3
-
1.Het is verboden voor houders van honden, deze zonder toezicht te laten op de openbare weg of op een voor ieder toegankelijk terrein.
-
2.Honden welke zonder toezicht worden aangetroffen op de openbare weg, op een voor ieder toegankelijk terrein of op een door de rechthebbende hiertoe toegankelijk gesteld terrein worden gevangen door de politie of door personen die hiertoe door het bestuurscollege zijn aangewezen.
Artikel 4
Gevangen honden, die naar het oordeel van een dierenarts of een arts, gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van mens of dier in geval van ziekten of gevaarlijk gedrag, of die lijden als gevolg van verwondingen of ziekte, worden zo snel mogelijk gedood.
Artikel 5
-
1.Gevangen honden worden, behoudens in gevallen genoemd in artikel 4, drie dagen in bewaring gehouden. De houders van de in bewaring gehouden honden zijn aansprakelijk voor de kosten van onderhoud.
-
2.In bewaring gehouden honden zullen aan de houder worden geretourneerd nadat de houder de kosten van onderhoud heeft voldaan. In geval in bewaring gehouden honden niet zijn voorzien van een belasting-kenteken zullen de honden aan de houder worden geretourneerd na overlegging van het bewijs dat de hondenbelasting voor de honden is betaald.
-
3.Na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn kunnen de in bewaring gehouden honden of worden gedood of worden afgestaan aan een ander dan de houder.
-
4.De kosten van onderhoud voor in bewaring genomen honden en de plaats waar de honden worden bewaard, worden bij eilandsbesluit vastgesteld.
Artikel 6
-
1.Indien het vangen van honden, naar het oordeel van de politie of personen hiertoe door het bestuurscollege aangewezen, niet mogelijk dan wel te bezwaarlijk is, dan kunnen deze honden worden gedood door de politie of door personen die hiertoe door het bestuurscollege zijn aangewezen.
-
2.Honden, die kenmerken vertonen die wijzen op een besmetting met hondsdolheid worden onmiddellijk gedood door de politie, of personen die hiertoe door het bestuurscollege zijn aangewezen.
Artikel 7
-
1.Honden, die zonder toezicht worden aangetroffen op terreinen die niet voor ieder toegankelijk zijn en waarop dieren worden gehouden, kunnen worden gevangen of gedood door of namens de rechthebbende op het terrein of de dieren, indien er letsel aan de dieren is toegebracht of indien valt aan te nemen dat de dieren door toedoen van de honden letsel zal worden toegebracht.
-
2.De politie of andere personen hiertoe door het bestuurscollege aangewezen verlenen indien mogelijk assistentie aan de rechthebbende op het terrein of dieren als bedoeld in het eerste lid, bij het vangen of doden van de honden.
Artikel 8
-
1.De gezaghebber is bevoegd om honden en/of honden types als gevaarlijk aan te wijzen. Houders van aldus aangewezen honden of honden behorend tot dit aangewezen type, zijn verplicht te zorgen dat deze honden, indien zij zich buiten een afgesloten ruimte of afgesloten terrein bevinden, aangelijnd zijn en voorzien zijn van een muilkorf of muilband, volgens bij eilandsbesluit vast te stellen model.
-
2.Indien een als gevaarlijk aangewezen hond of hond die behoort tot een type welke als gevaarlijk aangewezen is, wordt aangetroffen in strijd met het eerste lid van dit artikel, kan deze hond door de politie of door personen welke hiertoe door het bestuurscollege zijn aangewezen worden gedood.
-
3.Indien zich, naar het oordeel van de gezaghebber, feiten of omstandigheden voordoen, welke een gevaar vormen voor de openbare orde en veiligheid en waarbij honden betrokken zijn welke behoren tot een als gevaarlijk aangewezen honden type, dan kan de gezaghebber de invoer van, het te koop aanbieden en verkopen van honden behorend tot dit type verbieden.
Artikel 9
-
1.Het is verboden voor houders van honden, door toedoen van de honden voor de omgeving overlast of hinder in de vorm van geluid, stank of vervuiling, te veroorzaken.
-
2.Indien de in het eerste lid genoemde overlast of hinder wordt veroorzaakt op de openbare weg of op voor ieder toegankelijk terreinen, dan kan de gezaghebber, wegen en terreinen aanwijzen waarop het verboden is zich met honden te begeven.
-
3.Het is verboden te handelen in strijd met de aanwijzingen en verplichtingen in dit en voorgaand artikel gegeven.
Artikel 10
Indien zich, naar het oordeel van de gezaghebber, feiten of omstandigheden voordoen, welke een gevaar vormen voor de openbare orde en veiligheid en waarbij honden betrokken zijn, dan kan de gezaghebber maatregelen treffen ter voorkoming van verder gevaar.
Artikel 11
-
1.In de gevallen waarin gevangen of in bewaring gehouden honden worden gedood, zal dit geschieden door een dierenarts, een arts of door personen hiertoe door het bestuurscollege aangewezen. Het doden dient te geschieden op een wijze welke volgens veterinaire inzichten het minst belastend is voor de honden.
-
2.In de gevallen dat honden worden gedood, welke niet gevangen of in bewaring genomen zijn, geschiedt dit behoudens in het geval van artikel 7 door de politie of door personen hiertoe door het bestuurscollege aangewezen. Het doden dient te geschieden op een wijze die gegeven de omstandigheden het minst belastend is voor de honden en die geen gevaar oplevert voor mens of dier.
-
3.Gedode honden dienen door degene die de honden gedood heeft terstond te worden verwijderd.
Artikel 12
-
1.De bij deze eilandsverordening strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.
-
2.Degene die het bepaalde in de artikelen 3, 8 en 9 van deze eilandsverordening overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.
-
3.Al hetgeen gediend heeft of bestemd geweest is tot plegen van een overtreding van deze verordening, alsmede al hetgeen voorwerp van het strafbare feit heeft uitgemaakt, kan verbeurd worden verklaard. De vernietiging of doding daarvan kan worden bevolen.
Artikel 13
-
1.Met de inwerkingtreding van deze eilandsverordening wordt ingetrokken de Hondenverordening (A.B. 1961, no. 14)
-
2.Deze eilandsverordening treedt in werking op een bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen te bepalen datum en kan worden aangehaald als de "Hondenverordening Bonaire 1997".
Hieronder vindt u aanvullende bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht BES, die gelden voor alle BES-eilanden. Deze bepalingen hebben onder andere betrekking op dierenmishandeling, dierenverwaarlozing en de verantwoordelijkheid voor dieren.
WETBOEK VAN STRAFRECHT (BES)
Artikel 477 Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:
1°. hij die nodeloos een dier pijn of letsel veroorzaakt, nodeloos een dier kwelt of nodeloos de gezondheid van een dier benadeelt;
2°. hij die nodeloos aan een dier, dat geheel of ten dele aan hem toebehoort en onder zijn toezicht staat, of aan een dier, tot welks verzorging hij verplicht is, de nodige verzorging onthoudt.
Tot de in het voorgaande lid strafbaar gestelde feiten wordt gerekend:
a. een dier arbeid doen verrichten, welke kennelijk zijn krachten te boven gaat of waartoe het uit hoofde van zijn toestand ongeschikt is;
b. een dier vervoeren of doen vervoeren zonder dit het nodige levensonderhoud te verschaffen of te doen verschaffen;
c. het castreren van een dier anders dan door een dierenarts of door een persoon, die daartoe bevoegd verklaard is door of vanwege het bestuurscollege van het eilandgebied binnen welke de castratie wordt uitgevoerd;
d. rundvee vervoeren, terwijl het is aangebonden met een halstouw of een hoorntouw, anders dan aan de hand;
e. bij verlossing van een koe een krachttoestel of dierlijke trekkracht gebruiken;
f. een hond als trekkracht gebruiken;
g. de oorschelpen van een hond verkleinen;
h. de staartwervelkolom van een paard verkorten;
i. in de snuit van een varken een ander voorwerp dan een gladde en roestvrije agrave aan te brengen of aangebracht te laten.
Het dier kan, indien het de schuldige toebehoort, worden verbeurdverklaard. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen drie jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een der strafbare feiten, omschreven in dit artikel of in artikel 265, (Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:
1°. hij die, zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, opzettelijk een dier pijn of letsel veroorzaakt of de gezondheid van een dier benadeelt;
2°. hij die zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, opzettelijk aan een dier, dat geheel of ten dele aan hem toebehoort en onder zijn toezicht staat of aan een dier, tot welks verzorging hij verplicht is, de nodige verzorging onthoudt.
Het dier kan, indien het de schuldige toebehoort, worden verbeurdverklaard.
Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een der strafbare feiten omschreven in dit artikel of in artikel 477, onherroepelijk is geworden, kan gevangenisstraf van ten hoogste een jaar worden opgelegd.)
onherroepelijk is geworden, kan hechtenis van ten hoogste drie maanden worden opgelegd.
Artikel 265 Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:
1°. hij die, zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, opzettelijk een dier pijn of letsel veroorzaakt of de gezondheid van een dier benadeelt;
2°. hij die zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, opzettelijk aan een dier, dat geheel of ten dele aan hem toebehoort en onder zijn toezicht staat of aan een dier, tot welks verzorging hij verplicht is, de nodige verzorging onthoudt.
Het dier kan, indien het de schuldige toebehoort, worden verbeurdverklaard.
Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een der strafbare feiten omschreven in dit artikel of in artikel 477, onherroepelijk is geworden, kan gevangenisstraf van ten hoogste een jaar worden opgelegd.
Regelgeving voor Caribisch Nederland
In Caribisch Nederland is de bescherming van het dierenwelzijn geborgd in het strafrecht. In artikel 477 van het Wetboek van strafrecht BES zijn dierenmishandeling en dierenverwaarlozing strafbaar gesteld. «Hij die nodeloos bij een dier pijn of letsel veroorzaakt, een dier kwelt of nodeloos de gezondheid van een dier benadeelt, of nodeloos aan een dier, dat geheel of ten dele aan hem toebehoort en onder zijn toezicht staat, of aan een dier, tot welks verzorging hij verplicht is, de nodige verzorging onthoudt, wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van 280 USD».
In artikel 477 worden voorts handelingen benoemd die in ieder geval worden gerekend tot strafbaar gestelde dierenmishandeling of -verwaarlozing, zoals het vervoeren van dieren zonder het bieden van voldoende verzorging, het vervoeren van runderen terwijl de dieren zijn aangebonden, het gebruiken van honden als trekkracht, het verkleinen van de oorschelpen van een hond en het couperen van paarden.
De opzettelijk begane dierenmishandeling als ook de opzettelijk begane dierenverwaarlozing is in artikel 265 van het Wetboek van strafrecht BES als misdrijf aangemerkt. Dit misdrijf wordt bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van 2.800 USD.
Artikel 425 Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
-
1°.hij die een dier op een mens aanhitst of een onder zijn hoede staand dier, wanneer het een mens aanvalt, niet terughoudt;
-
2°.hij die geen voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.